Meten

Meten is weten.
Meten is vergelijken met een bekende standaard.

Op het niveau van deze website gaan we uit van de situatie dat u een aantal meetinstrumenten ter beschikking heeft,
om van daar uit verschillende schakelingen te bouwen die de mogelijkheden van deze instrumenten vergroten.

Multiemeters zijn in vele soorten en nauwkeurigheden te koop.
Zelfs in de supermarkt worden bij tijd en wijle dit soort instrumenten voor een klein prijsje aangeboden.
De nauwkeurigheid valt ( voor die prijs ) nog best mee.
Zelf heb ik 2 digitale en 2 analoge meetinstrumenten.
Een digitale meter van de bouwmarkt en een nauwkeurig auto-range instrument voor het betere werk.
 
Analoge instrumenten zijn ideaal om een bepaald maximum te kunnen instellen.
De wijzer laat dit veel beter zien dan een springerige digitale 7 segmenten bar.
Omdat het vaak nodig is om op meerdere plaatsen gelijk in een schakeling te meten, zijn meerdere instrumenten geen luxe.
Zoek een instrument uit dat een gevoeligheid heeft van ten minste 20K Ohm per Volt.

Bovendien heeft een analoge meter een mogelijkheid die met een digitale meter nooit mogelijk zal zijn.
Dat is de over schuif schaal. ( zie bouwen )

Vermogens zijn met een multiemeter niet meetbaar.
Echter… als de weerstand waar in het vermogen opgenomen moet worden bekend en onveranderlijk is, zoals de weerstand van een kunstmatige antenne belasting, welke vrijwel altijd 50 Ohm is dan maak je van een stukje doorzichtig plastic een schaaltje dat over de meter schaal geschoven kan worden.
Voor 50 Ohm kunnen we dit vooraf uitrekenen en op het schaaltje aangeven.
 
Zo kunnen we op dit schaaltje verschillende vermogens aangeven voor allerlei verschillende vaststaande weerstands waarden bv 75 Ohm antenne belasting en voor 4 en 8 Ohm luidspreker belasting.
Of gewoon een aantal verschillende schaaltjes maken dan lees je ook niet verkeerd af.
 
Audio is gewoonlijk met het ac bereik te meten.
In de info van de meter kun je lezen of deze spanning top of effectief wordt aangegeven, en tot welke frequentie dit opgaat.
Voor een goede meting is het wel noodzakelijk dat de spanning sinus vormig is.
Probeer dit maar eens met een digitale meter.
Ook hier gloort evenwel hoop.
Een paar grafieken naast de meter, en ook hier kun je dan weer snel het bijbehorende vermogen uit aflezen.
Met het programma Excel is het maken van een grafiek een fluitje van een cent.
Even als het berekenen van de verschillende grootheden welke we voor het samenstellen van een grafiek nodig hebben. ( zie grafieken ).
 
Draaddikte meten van dun draad met de schuifmaat;
Wat hebben we nodig?
Uiteraard een goede schuifmaat liefst roestvrij staal met in gegraveerde maat schaal of een diditaal systeem.
Een kartonnen kokertje of een steel van een houten lepel van omstreeks 12mm dik.
Bij metalen vorm glijd het draad snel weg, op karton niet.
Zelf maken door een stook stevig papier met wat lijm strak om een enigszins taps lopende vorm te rollen.( bekijk eens een balpen schacht deze zijn dikwijls iets taps ).
Dan krijg je het kokertje er gemakkelijker af.
2 klemmetjes.
Zet de draad vast met een klemmetje en wikkel 10 windingen om het kokertje.
Zet nu ook het andere eind van de draad vast.
Meten van de nauw aan een gewikkelde draad.
De gevonden waarde delen door 10.( Gehoord lang geleden op een verenigings avond van de VERON afdeling Leiden van wie ? ).
 
Lastige zelfinducties meten en hoe we de gevonden informatie bewaren.
Dit is een regelmatig terugkerende vraag.
Hier een beschrijving van hoe ik dat zelf doe.
Leg u er niet op vast, er zijn ongetwijfeld nog meer systemen.
Misschien ontwikkeld u uw eigen systeem, laat dit weten dan kunnen anderen er van mee profiteren.
De hier getoonde methode gaat over het meten aan dubbelgat(varkensneus) kernen.
Kleur paars.
Dit doen we met een speciaal hiervoor gebouwde vfo, gekoppeld aan een meetsysteem.
De beschrijving hiervan komt later aan bod.
Steek 10 windingen dun draad ( zoals boven ) door de kern.
Zorg dat de aansluit draden niet langer zijn dan 20 mm.
Draden kaal maken met een hobby mesje.
Hier een ceramische condensator aan solderen van omstreeks 200 pF
Sluit een meetzender aan doormiddel van een weerstand van ongeveer 500 Ohm dit is niet kritisch.
Van af dit punt wederom een weerstand van 500 Ohm welke naar een germanium diode gaat.
De weerstanden draaien de parasitaire zelfinductie en c van de meetdraden de nek om.
Deze hebben daardoor minder invloed op de meting.
Diode bv OA79   OA 92 of  AA119 enz dit is ook niet kritisch.(schema zie tekenen)
Van hier naar een micro Ampère meter.
Een condensator van omstreeks 22nF parallel aan de meter schakelen
Een oude vu meter van een bandrecorder oid werkt waarschijnlijk al.
Zoek de resonantie frequentie op ( de meter slaat stevig uit ).
Meet deze frequentie en schrijf dit in een tabel naast het aantal gemeten windingen.
Deze zal voor de hierboven beschreven kernen op ongeveer 2,8 MHz gevonden worden.
Schrijf ook op welke condensator waarde is gebruikt, dit komt later van pas als u iets wil doen met zo’n kern.
Steek 1 winding terug en kort het draadje in, kaal maken enz.
Tot u alle waarden t /m 1 winding hebt. met de zak japanner, of  met Excel  de zelfinductie berekenen.
Maak hier een grafiek van ( zie grafieken ) Deze methode is een go or no go. Zaken als q factor kunnen hier niet mee bepaald worden.
 
Door met verschillende ferit kernen deze metingen te herhalen en in grafieken vast te leggen behoeven we slechts de grafiek te raadplegen om een voor ons doel geschikte spoel te kunnen wikkelen.

Experimenteer ook eens met verschillende draaddikten, dat geeft inzicht in de daardoor veranderende eigenschappen.
 
Toegevoegd is een frequentiereferentiesysteem.pdf   Dit systeem is gebaseerd op het syngroniseren van een kristal door middel van een phaselock systeem aan Droitwich.  T.z.t. wordt een systeem gegeven waarmede Droitwich vervangen kan worden door een Frans ijkstation op 162 KHz (Inter-Allouis ).